ADEM

 

Advertenties

wonder

was het niet wonderlijk
hoe jij en ik
jij en ik op onze manier
jouw manier verwonderlijk

was het niet wonderlijk
zo iemand als jij
met ogen en ik
en wij samen die avond

dat we dingen zeiden
herhaalden jij je mond en ik
was het niet wonderlijk
hoe we luisterden

naar de vouwen in het bed
de veren van het matras
de geuren van dat wat er toen allemaal
was het niet wonderlijk

hoe jij en ik
jij en ik op onze manier
jouw manier verwonderlijk
luisterden tot er nieuwe woorden kwamen

 

 

 

vrucht zonder vlees

Het is warm in de coupé.
Ik wil mijn kleren uittrekken en naakt op de paarse stoelen gaan zitten tegenover de jongen met de sinaasappel. De huid onder mijn billen zal dan tegen de stof aan plakken en als ik opsta laat ik een afdruk erop achter. De jongen ontvelt een sinaasappel alsof hij een meisje uitkleedt. Draadje voor draadje en wanneer het gebeurd is wrijft hij voldaan en bevredigd zijn handen tegen elkaar. De hele coupé ruikt naar sinaasappel. Hij draagt een donkere, dikke jas die zo te zien tot over zijn knieën valt. Een dunne grijze sjaal met aan de uiteinden kleine draadjes om zijn nek.
‘Hoi. Wie ben je?’.
Ik schrik op. De jongen met de sinaasappel praat. ‘Hi. Ik ben Lina’. Een onhandige hi en twee rode wangen, meer is er niet voor nodig.

Eerst de bovenkant. De top. De lila bh met kleine stukjes kant aan de zijkant. De lastige dubbele sluiting met haakjes waarop geoefend had moeten worden. Teder en met zijn volle aandacht erbij. Zijn handen trillen een beetje en zijn koud op mijn warme huid. Hij heeft lange nagels, omdat hij daar het vuil mee weg kan schrapen. Lange nagels hebben alleen maar voordelen, vindt hij zelf.

Ik weet nog hoe speciaal het was om wiebertjes mee naar school te mogen nemen. Soms forceerde ik mijn hoestje extra in de winkel en dan wees ik naar de schappen met keelpastilles. Het was een dun, plat doosje met een goed sluit systeem. De bovenkant kon heen en weer en dan ontstond er een gat waar de donkere, ruitvormige dropjes tevoorschijn kwamen. Als ik zenuwachtig was op school, schoof ik stiekem onder mijn tafel het luikje heen en weer en heen en weer. Dat gaf mijn vingers iets te doen.

Mijn hoofd duizelt als hij me kust. Zijn lippen zijn ongewoon zacht en smaken naar tandpasta. Die lekkere, waar je mond van gaat schuimen en je tanden schijnbaar witter van zouden worden. Mijn tanden zijn niet wit en ik poets er elke dag mee. Maar het schuim is wel fijn. De randen van zijn broek zijn gerafeld, alsof hij er met een scherp mes langs is gegaan. Het label is er half uitgescheurd en hangt nog aan enkele draadjes te bungelen. Al mijn labels knip ik direct uit mijn kleding. Het irriteert op mijn huid en ik irriteer me aan de irritatie. Bas trekt mijn broek zonder label met gemak uit. Hij stuntelt niet over de vier knopen op een rij en wringt ze met gemak open. Ik schaam me voor mijn onderbroek. Een roze met kleine paarse stipjes erop. Geen mooi roze meer, verwassen roze. Ik glijd met mijn lippen over zijn arm en ga over aders, heuveltjes en bulten. Zijn haren kriebelen in mijn neus.

Mijn kleren liggen op een hoop op de grond. Het lijkt net vuile was. De rode ribbroek die eigenlijk te duur was, maar ik mezelf zo goed vond staan. Het zwarte topje. De paarse stippelsokken waarvan de hiel zo versleten is dat er geen stof meer te zien is. Toch doe ik ze niet weg. Ze zitten fijn en vertrouwd en hebben de vorm van mijn voet overgenomen.

Het is donker in de kamer. We hebben de lampen uitgelaten toen we binnenkwamen. Twee grote houten balken houden het plafond boven ons hoofd op zijn plaats. Er is een klein raam en als je in bed ligt kun je net niet de kop van de lantaarnpaal zien, terwijl het licht wel naar binnen schijnt.

‘Doe jij dit weleens vaker met een vreemde?’. Bas trekt mijn sokken uit en gooit ze op de stapel waar mijn broek al naar mij ligt te kijken. De knopen staan open maar de zakken zitten nog dicht. Ik knik en schud tegelijkertijd mijn hoofd. Dit? Wat houdt dit precies in? Je bent geen vreemde. Ik weet dat je Bas heet en dat je hier in Leiden rechten studeert. Je vertelde me over de mazen in de wet. Dat als ik een zadel van iemand steel en deze op mijn eigen fiets zet, het niet meer stelen is. Dat ik dan gewoon legaal een nieuw zadel heb. Je bent geen vreemde. Vind je mij vreemd?

‘Soms’, antwoord ik hem. Ik lieg. Ik weet niet goed wat ik doe en vraag me af of ik dit vaker doe.

Ik denk aan de geur van hete pepers als Bas bovenop me gaat liggen. Van die rode, langwerpige, die je onder de kraan moet schoonmaken omdat de pitjes anders blijven kleven aan het vruchtvlees. Even ben ik bang dat ik geen adem meer krijg en hij me platdrukt, maar hij steunt op zijn onderarmen en laat mijn longen vrij. We zoenen en ik krijg maar geen genoeg. Zijn lippen zijn van suiker en ik ben verslaafd. Zijn vingers kneden mijn linkerborst tot een deegbolletje en ik leg mijn hand op zijn rechterbil. Pijn en genot wisselen elkaar af. Bas en ik, we smelten in elkaar. Ik bijt in zijn vingers en lik met mijn tong langs zijn lange nagels. Ze smaken nog naar sinaasappel.

Na een aantal hevige schokken komt er abrupt een einde aan ons samenzijn. Ik hoor Bas uithijgen naast mijn oor. Ik glimlach en duw mijn gezicht in zijn haren. Aan het plafond hangt een poster. Er staat een naakte vrouw op. Het is met vier plakbandjes aan de muur bevestigd. Een plakbandje laat los en ik bedenk me dat het niet lang zal duren voor de poster in zijn geheel naar beneden zal vallen.

Ik kijk naar zijn sperma op mijn bovenbeen. De textuur doet mij denken aan glazuur, gemaakt van poedersuiker met water. Dat maakte ik vroeger vaak, alleen gebruikte ik altijd te veel water en was er een tekort aan poedersuiker in huis. Het glazuur werd nooit dik genoeg.

Bas is in de badkamer. We hebben bijna geen woord tegen elkaar gezegd, enkel elkaars huid gevoeld. Hij had zachte donshaartjes op zijn bovenarmen. En kleine zomersproetjes. Dat soort schattige details had ik van tevoren nooit verwacht, met zijn donkere jas en donkere haren.

Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Twee oren met een zachte oorlel, een gemiddeld grote onderlip maar een kleine bovenlip. Ik ben niets meer dan een leeg omhulsel. Ogen die niet mijn ogen zijn. Iemand heeft ze gestolen en op zijn gezicht geplakt. Dat gezicht heeft nu legaal nieuwe ogen, net als het zadel van een fiets. Ik hou me vast aan dingen van vroeger, omdat ik wist wie ik toen was. ‘Waar kijk je naar?’. Bas komt uit de badkamer lopen. Hij draagt een donkerblauwe joggingbroek en heeft een handdoek om zijn nek hangen. Kleine druppeltjes water vallen uit zijn haar op de vloerbedekking. Een paar secondenlang vliegen ze in de lucht en lijkt er niets mooiers te zijn dan dat. ‘Niets. Ik kijk naar niets’.

Als ik buiten sta waaien er blaadjes uit de bomen. Ik neem de route die we heen ook namen omdat ik erop vertrouw dat dit de snelste is. Ik zie de dertien bomen op een rij staan en loop over het stenen bruggetje met de blauw metalen versteviging. Ik snuif de geur op van het Chinees restaurant. Ze maken de bami en saté en tjaptjoi klaar voor de gasten die pas uren later binnen zullen komen waggelen. Ik voel me net zo. Klaargemaakt voor wat er ooit nog komen gaat. Dan kun je me opwarmen als een plastic bakje nasi. Met stukjes ei en alles erop en eraan. Uit de ventilator komt warme lucht. Ik blijf even staan om er mijn handen aan te warmen. Mijn huid is roze gekleurd en straft me voor het nog niet willen dragen van handschoenen. Het is nog geen november en ik moet de doos met sjaals en mutsen van de afgelopen jaren nog tevoorschijn halen. Sommige zijn lelijk en zal ik nooit meer dragen. Ik bewaar ze wel, voor het geval dat. De gele ns-borden nemen mijn volledige aandacht in beslag.

‘Ik vind dat altijd zo stinken. Ik snap ook niet waarom iemand dat in een trein zou gaan eten. En je handen ruiken altijd zó vies. Dat krijg je echt niet een twee drie schoon. Daar heb je zeep en warm water voor nodig. Toch, Jan?’

Een ouder echtpaar zit in de treinbankjes links van mij. Tegenover hen zit niemand. Ze hebben net een flink stuk gewandeld. Bergstappers met modder op de neuzen laten een spoor achter op de vloer. De veters zijn donkerbruin met een minuscuul zwart motiefje erin, strakgetrokken.

Een donkere jas tot over de knie en een grijze sjaal loopt aan het eind van het gangpad in de supermarkt. Het is tien over twee s ‘middags, ik eet vanavond alleen en ik ben van plan een diepvriespizza te kopen om in de oven te schuiven. Ik roep hem. Het hoofd op de donkere jas draait zich om. Het gezicht van Bas doet iets oplaaien in mij. Vlinders in mijn buik zorgen voor een hoop onrust. ‘Hee, eh, Lina’. Hij kijkt me hoopvol aan. Ik ben Lina, dat meisje met wie je vorige week nog in het donker naakt lag te zijn. ‘Hi’. Het is stil. Een mevrouw met een piepend winkelwagentje rijdt traag voorbij. Ik wil hem zeggen dat ik dat nog nooit gedaan had. Dat wat we toen hebben gedaan. Maar dat ik het fijn vond. Dat ik er nog de hele week aan terug heb gedacht en dat ik toen op had gemerkt dat mijn wangen van kleur veranderden als ik aan de sproet naast zijn navel dacht. ‘Hoe is het?’, vraag ik hem. Ik merk dat mijn stem vreemd omhoog gaat bij het uitspreken van het laatste woord. Minstens twee octaven, als je er een piano bij zou pakken. ‘Goed, goed. Gaat zo z’n gangetje, je weet wel’.

We staan tegenover elkaar. ‘Dus’. Ik schuifel wat heen en weer en overtuig mezelf dat ik een keer iets met hem wil drinken. ‘Zullen we…’. Bas legt een hand op mijn schouder. ‘Hee, het was leuk vorige week. Echt waar. Lekker even een tussendoortje zonder diepe gevoelens, net wat ik nodig had’.

Op de grond van de supermarkt liggen haren en stukjes karton. Er is een potje met olie stukgevallen en de vloeistof baant zich een weg over de vloer. Donkergrijze ronde kauwgomvlekken en sporen van winkelwagentjes leiden mij naar de diepvriesvakken. Ik kan niet kiezen. Hawaï, peperoni, mozzarella, tonijn. Mijn hand omvat het rode handvat van de vriescel en trekt deze open en dicht. Ik weet niet waar ik zin in heb. Of ik wel ergens zin in heb. Op de glasplaat hebben mijn voorgangers krassen achter gelaten. Fijne lijntjes in het doorzichtige glas. Het plakplaatje met groene pijltjes geeft aan welke richting je de bovenkant moet schuiven. Ze voelen overbodig. Ik kijk op en zie mijn gezicht weerspiegelt tussen de dozen met frituurhapjes. Alles is nu nog bevroren. De kleur is uit mijn gezicht weggetrokken en ik kijk mijn ogen niet aan.

Stilletjes zak ik tegen de koude wand aan en trek ik mijn knieën naar me toe. Ik kijk naar de schappen tegenover mij. Salade dressing. Flessen met een groene dop. Etiketten met frisse blaadjes sla en onnatuurlijk rode tomaat. De goedkope merken onderaan, lege witte flessen, zonder etiket.

 

IMG

onverstoorbaarheid

je masseert de zakjes mosterd en ik bedenk me dat dat mijn billen
hadden kunnen zijn mocht de avond hebben gewacht

ik zou blijven tot jij van me hield tijd verleidt verstrijkt
en ik zag ogen in ieder raam dat niet de jouwe was

deze man loopt in en uit dat moet je weten hij zei me
dat alles stopt terwijl ik beweer dat het groen blijft

de zakjes mosterd beginnen te scheuren saus met zwarte stippen
beweegt zich een weg uit het plastic besmet met je vingertoppen

iets teveel aandacht geven doet altijd pijn en zijn je spieren moe
dit is nog geen eind hij schudt en bekend zijn ongelijk

binnenkort stapt de twijfelaar lijdzaam in en wat dat betekent weten we
niet

het licht gaat van rood naar groen en we kijken elkaar aan hopen
dat alles door blijft gaan dat de tijd mijn billen zal veranderen

in onverstoorbare zakjes mosterd

 

12650696_961902113899656_1627910874_n (1)

dit ben ik

Ik ben Emma van Hooff, 18 jaar en bezig beginnend schrijver te worden. Mijn droom is om later te kunnen leven van dat waar ik van hou: poëzie schrijven en verhalen scheppen. Ik zit nu in het eerste jaar van de schrijfopleiding Creative Writing op Artez in Arnhem en woon doordeweeks in Nijmegen. In het weekend vind je mij op het strand en in de boekhandel in Noordwijk.

Op deze blog laat ik zien waar ik mee bezig ben en zul je veel poëzie, proza en krantengedichtjes tegen komen.
Ik heb vorig jaar een bundel uitgebracht, die kun je hier bestellen.
Mijn zus is grafisch vormgever en ik werk veel met haar samen, ze heeft tevens ook mijn bundel vormgegeven. Neem hier een kijkje op haar site!

Lees maar veel en wees gelukkig.

_DSC8068